zaterdag 17 april 2010

een teken van leven (II)

Er is weinig herfst in Auckland.
Hooguit wat bomen die hier niet thuis horen vallen uit de toon. De platanen op Symmonds street - tussen mijn kot en de rechtenfaculteit - zijn een van die weinigen die aan een Belgische herfst doen denken.
De rest ziet er nog verdacht zomers uit. Elke dag wordt het ook een beetje meer bewolkt, maar veel regen of kou is er nog niet bij.

Zoals in België was het hier ook 2 weken paasvakantie. Dat kwam goed uit om hier de anarchie wat weg te krijgen. Het duurde nog tot paasmaandag voor de vakantie echt begon, aangezien er nog een prof op het idee was gekomen ons tegen dan een essay te laten schrijven. Ik was op die moment al op reis vertrokken waardoor ik in de jeugdherberg 's avonds nog aan het schrijven was en de volgende morgen mijn essay kon beginnen uittypen in een internetcafé.

Nieuw Zeeland is niet echt de plaats om te gaan citytrippen en mijn 10 dagen verlof zijn dan ook besteed aan een Avontuur door de Wildernis.
Ik heb 7 dagen rondgewandeld in het meest zuidelijke deel van NZ - Fiordland(erg origineel, die kolonialen). De keuze was nogal snel gemaakt, aangezien dat het deel is van NZ dat wereld erfgoed is.

Mijn reis begon in Queenstown. De "adventure capital of the world". De plaats waar bungyjumpen uitgevonden is. Niet echt verbazend als je er eenmaal aankomt. De stad ligt midden tussen de bergen aan een enorm meer. Als je eens zot wil doen, kan je best naar daar gaan. Op het programma staat daar onder andere: black en white water rafting (black water is in grotten), para-gliden, sky diven, mini-golfen, bungyjumpen, 's werelds hoogste rope swing (een schommel die tegen 140km/u door een vallei gaat),kayakken op de zee, speedboot zottigheden, stuntvliegen, canyoning enzovoorts. Meteen ook de verklaring waarom de hele stad vol zit met nozems. Het soort dat eindelijk uit het Lappersfortbos is geraakt en nu besloten heeft iets van zijn leven te maken door in een jeugdherberg te wonen, betaald te worden om daar de bedden op te maken en met het aldus verdiende geld elke twee weken uit een vliegtuig te springen voor de jaren die hem nog resten. Ok, dat klinkt misschien nogal kleinburgerlijk, maar dat kan mij precies niet veel schelen.
Ik had meer mijn zinnen gezet op een serieuze trektocht, dus ben ik niet van dingen afgesprongen met een parachute of zoiets.
Er was daar ook nog dat idiote essay dat geschreven moest worden.
Die dag in Queenstown was mijn eerste Pasen zonder een familiefeest. Vreemd. Het enige waaraan je daar kon merken dat het paasweekend was, was het grote plakaat in de supermarkt voor de drankafdeling "According to NZ law it is prohibited to sell alcohol on Good Friday".





De volgende dag richting Te Anau. Een minuscuul dorp van waar de meeste trektochten in de geburen vertrekken. Dat viel vooral op in de kamers van de jeugdherberg die gevuld waren met de hemelse geuren van natte stapschoenen en bezwete kleren.

Volgende dag begonnen aan de Routeburn track (3 dagen). Als je een beetje van wandelen houdt in deze geburen, is dat één van die tochten die je gedaan moet hebben. De tocht begint meer dan een uur rijden van de bewoonde wereld, maar is zo waanzinnig populair dat je tickets moet kopen om het ding te kunnen doen. Hoewel de hutten meestal goed vol zaten, was de tocht zelf meestal relatief rustig. Als het zo druk was geweest als de Mont St. Michel, was ik waarschijnlijk van een berg gesprongen. Dat was dus gelukkig niet nodig.
Het was nogal snel duidelijk waarom de tocht zo populair was: het bleek daar opvallend mooi te zijn om rond te lopen. De bossen mossig en sprookjesachtig, de uitzichten overweldiggend en de watervallen eerder nat. Overal bergmeren in kleuren van azuurblauw tot zwart en de rivieren zo wild als dat gedoe met die ronde boot in Bellewaerde, zodat je er met van die hangbruggen over moet. Ik denk dat de foto's meer kunnen zeggen dan ikzelf. Om ze in chronologische volgorde te bekijken, moet je wel beginnen aan het einde, dat is een kadootje van de blog. De tocht vertrekt in de vallei, klimt de eerste dag door het regenwoud naar een bergmeer (op de foto's dat felblauwe - rechts van het meer kan je de berghut zien). De volgende dag begint met een steile klim tot boven de boomgrens tot op de top van de berg, waarop een frietkot staat met zeer degelijke bicky burgers. Deze smaken vermoedelijk nog beter vanwege het uitzicht. Hier komen de andere twee hobbits voor het eerst in beeld. Chloë met de roze legging en Lisette met de steen in haar neus. De hele dag loopt verder op de bergflank (op de foto's kan je in de verte de zee zien!) en trekt uiteindelijk de berg over met nog zo'n zot bergmeer, dit keer nogal zwart, weer de berg af.





























































Ok, het duurt eeuwen om hier een prentje op te krijgen. De volgende keer krijg je dus de rest te zien en nog een klein deeltje van de rest van de tocht en een update van de rest van mijn avonturen.

toedeloes, kariboes!

ps: ik weet niet of ik dat al heb laten vallen, maar als je op een prentje klikt, wordt het groter!

2 opmerkingen:

  1. AMAI? Schone foto's. Maar als ik op die wegjes moet lopen zal ik toch op mijn tanden moeten bijten. Groetjes
    Moeke

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Weer dik in orde. We hebben nog geprobeerd een put te graven naar NZ, foto's beschikbaar op smoelboek. Met wat extra umpa lumpa's waren we er zeker geraakt.

    BeantwoordenVerwijderen