Allowa beste flitspoppers!
Één dag later en er is wederom een bericht. ‘Overdreven’, denkt u allicht.
Wees gerust. Ik zal het kort houden.
Vandaag was weer een feest.
Wakker worden onder een fleeceken én met een donsken tot onder mijn kin na 9uur slaap, is altijd een aangenaam begin van de dag. Het soort begin dat nog 5 minuten moet wachten omdat het te warm en gezellig is om de nacht al achter u te laten.
Buiten was de grond bevroren en hingen de wolken laag boven het meer. Van de bergen die met hun teentjes in het water stonden was dus maar weinig te zien.
Het ontbijt bleek zo’n gezellige bedoening dat het een beetje uitliep. De jongedame die de lodge alleen openhield (we waren ook de enige ontbijtenden) rook ook mooi haar kans om ons nog ontwakende brein open te stellen aan muziek van de Lord Of The Rings soundtrack. De eerste reactie was ‘weg sfeer’, maar eigenlijk was het best gezellig.
Ze was ook echt zo vriendelijk dat het leek alsof ze aan het compenseren was voor een venijnige poets die ze ons gebakken had. Snot door mijn koffie gelepeld ofzo. Aangezien ik nog altijd geloof in de goedheid der mens, ga ik ervan uit dat ze gewoon blij was te leven op deze plaats waar Moeder Natuur duidelijk met de spierballen heeft gerold.
Na ontbijt tijd voor een wandeling naar Lake Sylvan. Mooi, mooi, MOOI. Indien u nog niet jaloers was, beste lezer, wordt het tijd om dat nu te worden. Het wolkendek schoof open en maakte plaats voor een uitzicht over de besneeuwde bergtoppen van Mt. Aspiring National Park die reflecteerden in het water van het meer. En overal die koude stilte.
Een aantal uur later belandden we weer in Qtown. De stad der Nozems. Nergens ter wereld zoveel doelloze twintigers gezien als hier. Ze zijn overal. Rondlopend als iemand die nergens echt naartoe gaat. Momenteel zit ik dan ook met de laptop op de schoot op het bed in het hotel en naast mij leest mijn zusje een boek. Ons mamsie is al aan haar moment van nachtrust begonnen, dus probeer ik niet teveel op mijn toetsenbord te rammen.
Morgen gaan we richting Te Anau en Milford Sound.
Alles gaat goed.
Het verleden. De maand mei.
Mijn waanzinnig slecht geheugen gecombineerd met veel schoolwerk zorgen ervoor dat we hier kort over kunnen zijn.
Er werd gewerkt.
Niet meer dan enkele kleinigheden schieten mij hier te binnen die mijn dagelijkse routine van werken-eten-feestje-slapen-werken doorbraken. Zo ben ik met de dames (Ellen uit Zweden, Vera uit Duitsland, Kim uit Nederland en Virginie uit Canada) gaan ontbijten op Mount Eden terwijl de zon opkwam. Mt Eden is dus trouwens één van de Aucklandse vulkanen die boven de stad uitsteekt en vanwaar je de hele omgeving kan zien.
Naast dat soort van kleine uitstapjes werd mijn flat het middelpunt van een soort sociale buzz. Iedereen begon elkaar beter te leren kennen en daardoor begon het samenleven ook steeds leuker en leuker te worden.
Een avond waarop iemand binnenliep, vroeg of ik mee bosbessencake wou maken, waarna 10 minuten later een stuk of vijf mensen gezellig thee zaten te drinken en te keuvelen in onze flat, gevolgd door het eten van cake, gevolgd door het kijken van een film of twee, het nóg eens maken van eten voor de nachtelijke honger en het in slaap vallen in de zetel, waren meer regel dan uitzondering. Naast die zalige momenten van eindeloze interculturele nieuwsgierigheden en ontdekkingsreizen door het leven van de verschillende rondhangende mensen, waren er lange dagen waarin essays werden geschreven, debatten werden voorbereid, groepswerken werden ineengeknutseld en thesisverslagen uitgewerkt. Oh ja, en dan waren het examens.
Tot daar een beetje van wat ik mij herinner van mei en van vandaag.
Greetings liefste jumbo mosselen!
