donderdag 25 februari 2010

Het Zuiden II

Alowa beste lezer(s)!

De vorige was lang, daarom maak ik deze korter.

We waren bij de Aussies gebleven als ik mij niet vergis.
Diezelfde avond verbleven in een suburb van Christchurch aan het zeetje. Het klein hoopje huizen had de naam new Brighton, maar dat was wat overdreven naar mijn mening. Er viel daar niks te beleven, alleen veel zee. Heel erg veel zee. Dat brengt in NZ natuurlijk surfers mee (jaja, dat rijmt!).
De dames in mijn gezelschap vonden dat natuurlijk 'leuk', zo van die gebronzeerde, gespierde, blonde venten op stukken kunststof in de zee. De venten vonden het leuk dat de dames het leuk vonden. Ik ben erin geslaagd geen cynische opmerking te geven.

Voor mij was het genoeg gelummel geweest, dus ben ik de volgende twee dagen nog gaan trampen op een vulkanisch schiereiland in de geburen (de girlies gingen fietsen). De wandeltocht werd mij persoonlijk aangeraden als een aangename, eenvoudige tocht door de man van het visitor's center, wat hem later die dag een vervloeking zou opleveren. Het zag eruit zoals ik het al gewoon ben van NZ: veel grassige heuvels, veel vogeltjes, hier en daar regenwoud, maar vooral mooi natuurlijk.

Mijn tweedaagse zou mij naar de top van de hoogste berg moeten brengen, welke de naam Mt Herbert droeg (vermoedelijk naar Herbert Flack - het was immers een kale berg met veel gras op), waarna ik over een 'rustig pad' naar een andere top zou wandelen waar een hut zou staan.

Leugens natuurlijk.

Tot op die berg, ok. Schitterende uitzichten over de vlakte van Canterbury tot aan de Alpen en over het hele eiland en de zee enz. Dat stuk daarna naar die hut was efkes een misrekening.

Het bleek een padje te zijn van amper een voet breed, dat bestond uit modder, gladde stenen, loshangende grashompen, gewoon stukken waar het pad weggeschoven was, hoogteverschillen tot op heup-hoogte en meer van dat moois. Aan mijn linkerzijde een afgrond van 400m diep en aan mijn rechterkant alleen doornstruiken.

De held van dienst met een trekkersrugzak van 15kg op zijn rug en hoogtevrees.

Ik ga u de details besparen van het wegschuiven en rechttrekken aan de doornstruiken.
Eerlijk gezegd was ik onder de indruk van wat een lichaam fysiek aankan op zo'n moment. Stoten uitgehaald waarvan ik niet gedacht had ze in mij te hebben.

Achteraf een uur nodig gehad om te bekomen. De hut was echter een mooie beloning.
Na een poging om de vuiligheid uit mijn opengeschaarde armen en benen te krijgen was het tijd voor vuil kampeereten (chicken and mushroom pasta - ongelofelijk vuil). De dag werd afgesloten met het plakken van een sticker van de gemeente Beveren (gevonden in de rugzak) op de buitenkant van de hut.
De eerste kolonie is een feit.

De volgende ochtend werd ik wakker toen er een vreemd wezen voorbij de hut kwam gelopen.
Zit een mens eens op zijn gemak alleen in de wildernis...
Ik lag natuurlijk murg met ontblootte bast in mijn slaapzak, wat de het wezen even van zijn melk bracht.
Na een korte conversatie, geloof het of niet, blijkt dat toch wel nen Belg te zijn zeker!
Ik kom gewoon in een verlaten berghut de eerste belg tegen die ik tot nu toe gezien heb in NZ.
Het was er eentje van het vrouwelijke geslacht. Een jaar aan het rondtrekken, zoals quasi elke reiziger hier. Ik was vrij goed gezind en heb haar dan ook, ongeacht het feit dat ze limburgse was, een pancake opgedrongen als ontbijt. Het arm schaap had al twee dagen geen eten meer gehad.
Even misterieus als ze mijn leven binnenstapte, stapte ze het weer buiten en zat ik weer alleen in de hut. De rest van de dag werd gevuld door een afdaling door de vallei, een lift met een over wereldpolitiek pratende neo-hippie en een busrit met een chinese tweedehandsbus die stopte bij de kaasboer (zie vorig bericht).

Volgende dag weer naar huis met het luchtschip. Er zat rechts van mij een man die een speciaal verlengstuk nodig had om zijn gordel dicht te krijgen. Het werd dan ook nog erg tragikomisch toen hij chips probeerde te eten maar hij zijn hand niet in het pakje kreeg. Het moment waarop bij het landen rondgegaan werd met snoepjes en hij er in plaats van ééntje (zoals iedereen) een hand vol nam, was op zijn minst opmerkelijk.


Een van de komende dagen krijgen jullie nog te horen wat voor een zotte dingen er deze week allemaal al gebeurd zijn,...


Toedels honnies.

Ik heb trouwens geprobeerd om foto's van de reis op facebook te zetten, want foto's op den blog zetten duurt echt efkes. Het zal er nog wel van komen hoor...

oh, mss werkt het met deze link: http://www.facebook.com/album.php?aid=2053832&id=1142554105&l=a5a90369b3

zondag 21 februari 2010

Het Zuiden deel I


Liefste blozende tomaatjes!


Ik ben terug!

Ik was namelijk weg.

Een hele week lang heb ik in het zuiden gezeten.
Er valt veel te vertellen en de vraag is waar we eens zouden beginnen natuurlijk.
De herinneringen worden al een rommeltje, wat op zijn minst griezelig is op mijn leeftijd.


Bon, het begin.

Goedkope binnenlandse vluchten, ze bestaan hier en hoewel ze niet de ryanairiaanse laagtes bereiken viel er niet te klagen, zeker niet als je twee dagen op voorhand boekt (mensen die van plan zijn om binnenlands te vliegen in Nieuw Zeeland de komende maanden mogen natuurlijk contact opnemen met mij voor de spicy details).
Het openbaar vervoer op de begane grond daarentegen is een rommeltje. Een netwerk van slecht georganiseerde, op onwaarschijnlijke en onregelmatige uren rijdende bussen bedekt bepaalde delen van dit land. Een echt netwerk valt het niet te noemen: het is eerder zo dat er hier en daar een bus rijdt als een lonesome cowboy door de prairie. Een cowboy die zijn kudde van de ene overtoeristische plaats naar de andere brengt. Alleen steden hebben een dicht busnetwerk, want dat is het enige wat een eigen auto hier vervangt (geen metro of fiets ofzo).
En nee, de cowboys werken niet samen, ze proberen allemaal voor zichzelf zo efficiënt en grondig mogelijk de toerist te melken. Echt al hun troeven halen ze boven: van stoppen bij de lokale kaasboer om alles eens te gaan proeven (het spreekt voor zich dat ik bleef zitten) tot rijden met zo goedkoop mogelijke chinese tweede hands bussen. Ik zou er niet van verschieten als er vroeg of laat eens zo'n bus een ravijn in rijdt. Niemand zou dat overleven (ik ken het chinese woord voor nooduitgang niet) en vermoedelijk zou de maori-buschauffeur wel de schuld krijgen.
Dit heeft tot gevolg: Chaos.
De oplossing is nochtans heel eenvoudig: 'hitchen'. Hilarische taferelen in het visitor centre waar de dame achter de balie aan een Japanse man probeerde duidelijk te maken dat er geen bus reed en hij moest liften naar het begin van de tocht. Hij kon maar niet vatten hoe dat ging met die duim in de lucht enzo. Toen hij het eindelijk begreep, bleef hij wat zielig en met lege blik achter. De kans bestaat dat hij daar nu nog zo staat tussen de ploesjen kiwi's en de fleece-truien. Mijn gezelschap en ik hadden het echter vrij snel door en het is inderdaad verbazend eenvoudig om hier te liften. De mensen van hier zijn zo vriendelijk dat ze vrij snel stoppen en daarnaast zijn er ook heel erg veel jonge mensen die rondrijden met een buske.
Dat brengt ons dan ook bij oplossing twee: auto's huren kost hier waarlijk geen rosse frank. Dat wisten we helaas nogal laat.

Ok, maandagavond.
De avond van het vertrek. Een korte vlucht van één uurke bracht ons van Auckland naar Christchurch. De mensen op de luchthaven verwelkomden mij en mijn campinggas met open armen, maar mijn doosje lucifers vonden ze te groot (ik durf wedden dat die stewardes nu haar kachel aansteekt met mijn stekskes).
Ik was in het gezelschap van de Nederlandse studente die luistert naar de naam Lisette en aangekomen aan de gate, kwam daar nog eentje bij. Chloë (uit de states), die ook in ons gebouw zit, bleek op hetzelfde vliegtuig te zitten als ons met dezelfde plannen voor de komende week, dus werd zij met den ene ook een lid van onze fellowship.

Het plan was als volgt: een aantal dagen trampen (zo heet rondtrekken met een rugzak hier) in Arthur's Pass national park, een gebied in de NZ-alpen, dan zouden we zien of we elkaar en het trampen nog verder zouden overleven en zou Lisette normaal gezien gaan zwemmen met dolfijnen en zou ik nog twee dagen een rustig wandelingske doen ofzo.

Dit land is gemaakt om te trampen. Het department of conservation heeft honderden wandeltochten uitgewerkt voor alle mogelijke niveau's, van een aantal uur tot een aantal dagen. In de belangrijkste gebieden zijn visitor's centres waar je inlichtingen kan krijgen over het weer, over welke tocht het best is voor u en waar je kan achterlaten welke route je gaat doen en hoe lang het zal duren (zodat ze weten wanneer ze u moeten komen zoeken). Daarnaast staan er tot op de meest verlaten bergtoppen hutten die je kan gebruiken. Sommige zien er uit als een kiekeskot andere als een huis in de bergen en met een hutpass (of als je een schurk bent voor niets, want er wordt niks gecontroleerd) kan je daar overnachten. Zalig zalig zalig.
In ieder geval voor mijn gezelschap was het de eerste keer trampen en ik wou vooral eens weten wat de gradaties van de tochten nu eigenlijk waard waren, om in de toekomst een beetje te weten wat er mogelijk is.

Waar waren we...
Christchurch. De eerste vierkante stad die ik betreed. Een magisch moment. Als ik sommigen mag geloven is het de hemel voor mensen die geen kaart kunnen lezen, aangezien je gewoon straten moet tellen en je weer uitkomt waar je vertrokken bent, maar ik hou er niet van.
Alle goden van de Olympus, een straat is dertig kilometer lang en das wel zuur als ge aan de foute kant zit!
De oude koloniale huizen daar zijn wel te pruimen, maar het ziet er uit als een hoopje faecaliën in vergelijking met de natuur in de omgeving. Daarnaast is het gewoon een nogal saaie stad.
We kwamen daar aan om 9u 's avonds in het stadscentrum en iedereen lag al in zijn nestje. Het is nochtans een vrij grote stad (ik denk qua inwoners de grootte van Gent), maar leven na het avondmaal was duidelijk een brug te ver.

Na een dutje in de jeugdherberg was het eindelijk tijd voor avontuur. Christchurch ligt namelijk in een gigantische vlakte waar vooral schapen te zien zijn en om een stukje Midden Aarde te zien, moet ge u verplaatsen. De cowboy van dienst (je moet ze trouwens altijd op voorhand boeken wat erg vermoeiend is) vergat ons af te zetten waar we moesten zijn waardoor we in Arthur's pass village belandden midden tussen de Nieuw Zeelandse alpen. Ik was onder de indruk. Hieronder zal je een aantal foto's zien van in de bus en zult ge begrijpen wat ik bedoel.
Hier komt de Jezus met zijn maten op vakantie, dat kan niet anders.
De pret was anders snel weer verdwenen toen bleek dat er de komende dagen regen aan zat te komen. En we hadden juist het enige nationaal park uitgekozen waar ze geen bruggen installeren. Als het regent worden de rivieren zo wild als 14-jarige meisjes tijdens een optreden van Tokio Hotel, dat oversteken onmogelijk is. Pech onderweg, de plannen moesten al gewijzigd worden. Toch een gelukje dat ze ons in het visitor's centre op de 'most rewarding tramp for the lowest amount of energy' stuurden. 2dagen op een berg van maar 1500m (de Bealey Spur), slapen op de top in de hut en weer naar beneden de volgende dag.

En zo geschiedde: gelift tot aan de track. Natuurlijk dien boel vol meeners volledig uitgerust met geitenwollensokken, veel te dure wandelstokken, vreemde hoofddeksels en wat de mannen betreft in veel te korte broekjes met schreeuwerige kleuren, etc. Dat is normale flora en fauna in dit soort gebieden. Ik kan ze ook geen ongelijk geven dat ze net die plaats uitgekozen hadden, het zag er goed uit.
Hier in tegenstelling tot het noorden géén regenwoudtoestanden. Normale zomerse temperaturen en gewone bossen zonder al teveel Tarzan-gedoe, maar dit is natuurlijk Nieuw Zeeland, dus ze zagen er niet normaal uit.
Schitterende uitzichten en meer van dat moois bij het temmen van de berg.
Eindelijk aan die hut gekomen, bleek dat ding 'historisch' te zijn. Dat wil in NZ-termen zoveel zeggen als 'het staat er sinds 1925 en er heeft niemand moeite gedaan om een spinnenweb van het plafond te halen'. Heel idyllisch allemaal. Het ding was 2 op 2 meter, had een kachel, een tafel, twee banken en 6 bedden. Het leukste was dat sinds 1925 iedereen zijn naam op de muren had achtergelaten. Heel dat kot stond volgeschreven.
Toen volgde nog een beklimming van de top (altijd een vette tijd voor iemand met hoogtevrees) en weer een afdaling terug naar de hut. Nog nooit zo een landschap gezien. Overweldiggend. De foto's lijken nogal belachelijk in vergelijking met the real thing.

Vuurtje gemaakt, gegeten (inclusief geroosterd spek etc.), Een maf beest gezien, vuur gedoofd wegens omgeving te droog, in het bedje gekropen en dat was dan dag 1.

Volgende morgen bleek het kot vol muizen te zitten. één der dames had geen oog dichtgedaan. Ik wel. Juij.

Weer berg af, lift terug enzovoorts.
Interessante gebeurtenissen tijdens dag twee waren de volgende:
Nacht 2 hebben we doorgebracht in een hostel met een honesty policy. Het ding ging gebukt onder de naam 'the sanctuary', maar was op zich wel zalig. Er was geen personeel ofzo aanwezig, je moest gewoon telefoneren naar een nummer, er pakte een vent op en die gaf je de code voor de deur. Hij vertrouwde er dan op dat je het geld voor de nacht in een brievenbus zou steken die daar ergens hing. Dat lukt alleen in Nieuw Zeeland.
Zoals altijd in die hostelgevallen een aantal backpackers gesproken, altijd gezellig.
Een mens voelt zich altijd zo gewoon naast die maffe verhalen. Ze hebben altijd al overal gewoond, hebben de meest idiote jobs gedaan om weer verder te kunnen reizen enz, u zou ze hippies noemen.
De dames hadden na twee dagen meer dan genoeg van het wandelen en ik wou nog twee dagen verdergaan, maar helaas. De regen. Met bakken viel het uit de hemel voor twee dagen lang. Arthur's pass dat leeft van de trampers lag er een beetje triest bij.

Verder dag twee:
het eten van een peperoni-pizza met naast salami ook knackwurst erop en een berg vuile kaas.

Het aanschouwen van papegaaien. Wow man, papegaaien!

Dag drie:

Vergeten te betalen bij het verlaten van de Sanctuary. hehe
Nu moet ik 's mans rekeningnummer te pakken krijgen of ik geraak niet meer in de hemel binnen.

Het regende veel. Dat was niet leuk. Terug gelift naar Christchurch, volledig doorweekt. We kregen uiteindelijk een lift van Larry. Bij deze wil ik hem dan ook bedanken: danku Larry!
Larry was een gebronzeerde beer van een vent. Nu moeten jullie wel weten dat het gebruik van het woord 'bear' hier vrij gevaarlijk is. Een klein slang geheim, waarvan sommigen waarschijnlijk al op de hoogte zijn: 'Bear' is een woord voor een grote, gespierde, behaarde en leren kleren dragende homo. Zo was Larry niet.
Larry had een gezin enzo en hij reed met een pick up truck en luisterde naar Reggae. Goeie kerel, die Larry!
Toen we in de suburb waren van Christchurch waar Larry woonde, kregen we na enige tijd een lift van een bende Australische klimmers die met een buske rondreden. Het interessantste is dat ze naar de Peppers luisterden en die had ik al lang niet meer gehoord.

Tot hier, deel I.

Deel II, heeft nog een aantal spannende verhalen te bieden, maar het is even genoeg geweest voor vandaag!

Toedels lieverds!


zaterdag 13 februari 2010

tripje in de golf en meer van dat moois

Dag honnies!

Alles toppie daar?


Er zijn weer twee dagen voorbij sinds mijn vorige bericht denk ik. Hoe meer volk er hier over de vloer komt, hoe moeilijker het wordt om een degelijke stand van zaken achter te laten.
Dus hoe meer berichten op de blog verschijnen, hoe zieliger het hier wordt waarschijnlijk...
Maar dat volledig ter zijde natuurlijk!


De reden waarom u dit leest is waarschijnlijk om te weten te komen waar ik uithing terwijl u sneeuw aan het scheppen was voor uw deur.

Wel dat was onder andere Waiheke Island (een kiwi zegt: Waajhikkie).

Ooit heb ik hier eens achtergelaten dat Auckland aan het water ligt, (let op, nu ga ik mijn maori bovenhalen) meer bepaald aan de Hauraki golf. Moeder natuur heeft dat vol vulkanische eilanden gelegd en Waiheke is er daar eentje van.

Hier is de ferry nemen ongeveer even normaal als de bus (hoewel ik een kerel met zwart haar en een geblondeerde sik tegenkwam wat naar mijn standaarden minder normaal is) en het kost dan ook een beperkt aantal duiten om naar een eiland te varen.

Waiheke was nu niet echt het paradijs op aarde, maar wel echt zalig om een achtermiddag op rond te hangen.
Tot aan het echte reservaat ben ik trouwens nooit geraakt omdat dat echt wel een eindje van de haven ligt en ik niet zoveel tijd had, maar een korte 'scenic route' kon er wel af.
Ik zou het sowieso al twee sterren geven (zie in de michelin-reisgids. ** = 'de omweg waard') vanwege de boottocht er naartoe. Fantastisch zicht op de stad, de omliggende eilanden en de ontelbare zeilboten.
En nu moogt ge ies twee keer raden wie ik tegenkwam! Mijn goede vriend de Pukeka. Verdorie nog eens aan toe was me dat even een verrassing!
Na mijn afscheid met het ding op de weg terug nog twee verdwaalde Amerikanen een nacht met de pukeka bespaard ('where is the harbour?' - 'well, you see all those ships and the pier over there...'), want dat beest had die zielige schapen waarschijnlijk levend opgegeten.

Oeioei, het wordt hier één uur 's nachts en precies wat onsamenhangend maar bon.



De dag werd afgesloten met (jawel) drinking games bij de buren. Het is beangstigend hoeveel van die spelletjes ze kennen. Arun, die later binnenkwam en aan wie gevraagd werd om mee te doen verwoorde het kristalhelder: 'I only play if I can get really drunk.' En zo geschiedde.
Ze slaagden er ook nog in om zoveel bier en wijn met elkaar te mengen dat het Koreaanse meisje dat naast mij zat alleen nog kon giechelen.
Later die nacht werd ik wakker van mijn buurvrouw die ofwel aan het veranderen was in een weerwolf ofwel gewoon aan het vomeren was.

De volgende dag was uw reporter, waarschijnlijk als enige in het hele gebouw, vroeg uit de veren om zijn trip naar het zuider eiland te plannen.
Het wordt de casey and binser saddle track in Arthur's pass national park.
U hoort er nog van.

Hier hou ik op voor vandaag, beste hamstertjes!

Oh ja, dit nog even: als u suggesties hebt en bijvoorbeeld iets minder wil weten over eten en drinking games en iets meer over de lelijke kostuumschoenen die iedereen hier draagt, laat het gerust weten.


Toedels!






































de pukeka!












waiheke. Het verste stukje grond staat gewoonweg te koop. Heel schandalig. Moest u niet weten wat te geven voor mijn verjaardag, denk ik wel dat het best leuk is om daar een huisje op te hebben staan.





Rangitoto


't stad




vrijdag 12 februari 2010

Een klein verhaal over de voorbije twee dagen

'Morgen konijntjes!

Momenteel is het hier 9uur 's ochtends en jawel, de zon schijnt alsof ze niks anders te doen heeft!
Het leven wordt hier beetje bij beetje drukker nu ik hier en daar wat volk begin te kennen.
De helft van de studenten heeft nu ongeveer gedaan met summer school en er beginnen hier en daar nog meer internationale studenten binnen te druppelen.

Eergisteren was het aftrap van het feestjesseizoen. Allez daar ga ik toch vanuit aangezien ik sindsdien overal wijn moet gaan drinken en met mensen moet praten. Iedereen heeft het ook over picknicken (hoe schrijf je dat ook weer?) en barbiekoeën en meer van dat moois.
Na het verjaardagsfeest van ene Glen ergens in onzen blok heb ik kennisgemaakt met het Overpoortiaanse uitgangsleven. Een combo van het beste wat Engelse sletterigheid en Belgische sletterigheid te bieden hebben. Om u een beeld te geven: een soort vleeskeuring met (dezelfde) voze muziek, diamanten oorebellen, gebronzeerde muscles die kannen quasi-alcoholvrij bier binnengieten en dan nog cooler gaan doen. U heeft dat vermoedelijk wel al eens gezien.
Gelukkig werd ik geflankeerd door Arun, de indiër van flat in ons gebouw. Ik kreeg het verhaal te horen over hoe hij €100 uitgaf om twee Noorse schoonheden te versieren die hem niet moesten hebben waarna uitspraken volgden zoals: 'it was easy to see these girls were racists' en 'yeaah, I would probably do every girl in here, but no one wants me' gevolgd door uitspraken hoe dat in India wat anders lag. Later die avond is het nog uitgedraaid op een epische poolwedstrijd in de gemeenschappelijke ruimte van de flat.

Gisteren kwam Mat uit de flat naast ons mij en Amber (mijn cynisch buurmeisje) uitnodigen voor een fles wijn. Gezelligen boel.
Diezelfde Mat heeft mij het adres van zijn favoriete kapper meegedeeld met als gevolg dat ik nu arm ben, mijn haar eraf is, ik het levensverhaal ken van een japanse kapster uit Auckland en ik de eerste hoofdmassage in mijn leven heb gescoord.

Om af te sluiten wil ik nog iets kleins kwijt over de eetcultuur hier: AWESOME (zo zeggen ze dat hier).
Niet alleen heeft de supermarkt een volledig rek met gerief om cupcakes te versieren (een VOLLEDIG rek :-o), overal kan je goedkoop eten. en echt alles (thais, chinees, vietnamees, indisch, japans, turks, italiaans, bakeries (met overdreven maffe taarten, cornish pies, veel koffie en cupcakes), Burger kings en Wendy's enz.. Je kan hier een hoofdgerecht eten in een degelijk restaurant voor €6 euro.

Gisteren liep er in de straat van mijn kot ook nog eens een Pukeka, ik was onder de indruk. Hij deed mij wat denken aan de Grote Trap (de meest farse vogel ter wereld, zoals je wel weet)

Weetje van de dag: ze gebruiken hier 'Sweet' als stopwoord. Zelfs in formele situaties. Dat zorgt ervoor dat je precies in 'Dude where's my car' zit, het heeft ook als gevolg dat je altijd overal lachend buitenkomt.


Toedels stoere piraten in België!

donderdag 11 februari 2010

rondhangen in 't stad - een paar foto's


Dit is het stadspark (toch het grootste in het centrum). Ik kan dat ding zien liggen van op mijn terras. Een groot deel daarvan is zoals ge kunt zien gewoon wildernis. Ze hebben werkelijk een rainforest in hun park, maf-giraf vind ik dat! Het zit trouwens zo vol met krekelachtige dingen dat het lijkt alsof de boel omgezaagd wordt.

Beach road en de ferry-building op de achtergrond. Gewoon om een beeld te schetsen van waar ik mijn tijd verdoe.

Stadsgezicht deel 2. Er is om de hoek een zalig zonnig park vol zitzakken, maar dat zou ronduit evil zijn om daar een foto van te posten in jullie ingesneeuwde toestand.

Een klein stukje van het zeezicht.

Het eerste stukje Midden Aarde: check die elvenarchitectuur! Naast een soort van versterkte burcht om de doorsnee buddies van Sauron tegen te houden, is dit ook de klokkentoren van de Unief.


toedels lieverds!

dinsdag 9 februari 2010

Ik ben er



Dagdag vrienden en vriendinnen!


Het is nu dinsdagavond, denk ik. Alle zekerheden over tijd etc. zijn even weggevallen door de lange vlucht. Het was constant donker en licht gecombineerd met vreemde tijdstippen op verschillende plaatsen en nog vreemder eten op onwaarschijnlijke momenten.
Die fuckers moeten ook overal kaas bij slepen... Heel ambetant was het nu wel niet echt, omdat er overdadig veel films, cd's en seriekes waren waardoor ik nu meer films heb gezien op 24uur dan ik er gezien heb het voorbije half jaar. De oude Schotse, gesnorde kerel naast mij heeft de hele reis gevuld met Nieuw-Zeelandse kookprogramma's(vuil) en films van Mr. Bean..
Qua kookprogramma's was ik al zeer tevreden met een aflevering van Jamie Oliver die in Wyoming ging deelnemen aan het jaarlijke 'pitchfork-fonduen' waarbij biefstukken van een kilo op een riek werden gestoken in een ketel vet. Dat was wat ik gehoopt had te zien in de nieuw zeelandse kookprogramma's-jammer maar helaas.

De reis verliep vlot en eindigde wonderbaarlijk in Auckland airport. Geen idee of je ooit die idiote programma's gezien hebt van luchthavens in Australië waar ze beginnen freaken als je een plant ofzo meesleept, maar ze zijn in werkelijkheid even zot. Elk paar schoenen dat ik meehad is chemisch gereinigd.

Uiteindelijk ben ik naar mijn nieuw kot verscheept door volk van den unief samen met twee Nederlandse rechtenstudentes uit Leiden die toevallig in het zelfde gebouw zitten. Zeer straf allemaal.
Vuil insect deel I: in de auto zat een bidsprinkhaan (het was wel maar een kleintje)

Vandaag de stad verkend. Het weer is hier zalig en eigenlijk is het best een fijne stad. Heel veel érg verschillend volk, proper, palmbomen alsof het straatstenen waren... Verder ziet alles er hier westers uit met ne vreemden draai. Het enige wat niet westers aandoet is de natuur. Midden in het stadscentrum zitten overal vlinders en piete vogeltjes. Nog een vreemde gewoonte is dat ze hier op kruispunten diagonaal oversteken (lachen geblazen).

Halfweg de dag heeft mijn jetlag mij ingehaald (hier middag, in belgie nacht). Geslapen tot 's avonds en dan kennisgemaakt met twee van mijn kotgenoten. De ene jongedame studeert kunstwetenschappen, de andere sociologie. Even later zijn we dan maar allemaal samen naar de Supermarkt getrokken.
Veel exotisch fruit ("what, you don't have this shape of banana in Europe?"), veel kutbrood. De supermarkt is wel het enige ding da hier niet sluit. Een café is dicht om 12u, de supermarkt is 24/7 open. Zotjes.

Nu ga ik echt slapen, want ik voel mij zo scheef als den toren van Pisa.

de foto's zijn enerzijds het zicht uit mijn kot en anderzijds Albert Park, aan de rechtenfaculteit.


toedels homies!

zaterdag 6 februari 2010

Voorbereidingen

Elk zijnen dag teenagers!


Met deze korte boodschap geef ik de aftrap voor mijn expeditie naar de andere kant.
Voor diegenen die zich ongeïnformeerd op deze webstek wagen zal ik even uit de doeken doen wat er nu eigenlijk aan de gang is.

Voor ik dat doe, nog efkes dit: ik ben geen taalvirtuoos, dus als je je gaat ergeren aan zinsconstructies of spelling kan je dit beter niet lezen.

Morgenvroeg begint mijn avontuur in Nieuw Zeeland. Deel één van de reis gaat van Deurne naar London alwaar ik een dag en een scheet zal rondhangen, deel Twee gaat van London naar Auckland. De vlucht zelf duurt 26uur, het is daar 12uur later dus den arrivé is voor dinsdag.
Ik zal deze avond nog een kort gebed richten tot de heilige Kristoffel om die 38uur niet te moeten doorbrengen naast een jodelende Duitser, een wenende Baby of iemand die met overtollig vet of onaangename vragen mijn zetel/gemoedsrust inpalmt.

Als ik dan toch bezig ben, ga ik ook nog efkes inwendig een kaars laten branden voor die 6 maanden na die 38uur. Het zou aangenaam zijn, moest ik niet elke dag naar huis willen.

En omdat een beetje info geen kwaad kan:

Nieuw Zeeland bestaat uit 2 delen, Auckland ligt in het noorden van het noordelijke eiland.
Er wonen ongeveer 1miljoen mensen wat 1/4 is van de totale bevolking.
De stad is gebouwd op en tussen de vulkanen. Het westen grenst aan de Tasman zee en het oosten van de stad aan de Stille Oceaan. Er is dus overal water. In dat water, heb ik mij laten wijsmaken, zwemmen vissen en eilanden.
Auckland heeft de grootste Polynesische gemeenschap ter wereld (dat zullen dus de plaatselijke Marokanen zijn) en de indruk die de reisgids mij geeft is dat er alleen eten te vinden valt dat gele tot lichtbruine mensen nuttigen.

Verder ziet de stad er nogal lelijk uit op niet-postkaart foto's, maar daar zal mijn komst verandering aan brengen natuurlijk.

Naast dwaze films als Lord of the rings en chronicles of narnia, is ook Xena the Warrior Princess opgenomen in Nieuw Zeeland en een kiwi is daar een vogel en geen fruit. Tot daar weetjes deel I

Voor ik het vergeet: ik ga daar dus studeren. Heel erg hard studeren.

Hopelijk kan ik binnen een aantal dagen al eens iets zinnigs laten weten.


Goede nacht, kleine avonturiers!

Pieter