Liefste blozende tomaatjes!
Ik ben terug!
Ik was namelijk weg.
Een hele week lang heb ik in het zuiden gezeten.
Er valt veel te vertellen en de vraag is waar we eens zouden beginnen natuurlijk.
De herinneringen worden al een rommeltje, wat op zijn minst griezelig is op mijn leeftijd.
Bon, het begin.
Goedkope binnenlandse vluchten, ze bestaan hier en hoewel ze niet de ryanairiaanse laagtes bereiken viel er niet te klagen, zeker niet als je twee dagen op voorhand boekt (mensen die van plan zijn om binnenlands te vliegen in Nieuw Zeeland de komende maanden mogen natuurlijk contact opnemen met mij voor de spicy details).
Het openbaar vervoer op de begane grond daarentegen is een rommeltje. Een netwerk van slecht georganiseerde, op onwaarschijnlijke en onregelmatige uren rijdende bussen bedekt bepaalde delen van dit land. Een echt netwerk valt het niet te noemen: het is eerder zo dat er hier en daar een bus rijdt als een lonesome cowboy door de prairie. Een cowboy die zijn kudde van de ene overtoeristische plaats naar de andere brengt. Alleen steden hebben een dicht busnetwerk, want dat is het enige wat een eigen auto hier vervangt (geen metro of fiets ofzo).
En nee, de cowboys werken niet samen, ze proberen allemaal voor zichzelf zo efficiënt en grondig mogelijk de toerist te melken. Echt al hun troeven halen ze boven: van stoppen bij de lokale kaasboer om alles eens te gaan proeven (het spreekt voor zich dat ik bleef zitten) tot rijden met zo goedkoop mogelijke chinese tweede hands bussen. Ik zou er niet van verschieten als er vroeg of laat eens zo'n bus een ravijn in rijdt. Niemand zou dat overleven (ik ken het chinese woord voor nooduitgang niet) en vermoedelijk zou de maori-buschauffeur wel de schuld krijgen.
Dit heeft tot gevolg: Chaos.
De oplossing is nochtans heel eenvoudig: 'hitchen'. Hilarische taferelen in het visitor centre waar de dame achter de balie aan een Japanse man probeerde duidelijk te maken dat er geen bus reed en hij moest liften naar het begin van de tocht. Hij kon maar niet vatten hoe dat ging met die duim in de lucht enzo. Toen hij het eindelijk begreep, bleef hij wat zielig en met lege blik achter. De kans bestaat dat hij daar nu nog zo staat tussen de ploesjen kiwi's en de fleece-truien. Mijn gezelschap en ik hadden het echter vrij snel door en het is inderdaad verbazend eenvoudig om hier te liften. De mensen van hier zijn zo vriendelijk dat ze vrij snel stoppen en daarnaast zijn er ook heel erg veel jonge mensen die rondrijden met een buske.
Dat brengt ons dan ook bij oplossing twee: auto's huren kost hier waarlijk geen rosse frank. Dat wisten we helaas nogal laat.
Ok, maandagavond.
De avond van het vertrek. Een korte vlucht van één uurke bracht ons van Auckland naar Christchurch. De mensen op de luchthaven verwelkomden mij en mijn campinggas met open armen, maar mijn doosje lucifers vonden ze te groot (ik durf wedden dat die stewardes nu haar kachel aansteekt met mijn stekskes).
Ik was in het gezelschap van de Nederlandse studente die luistert naar de naam Lisette en aangekomen aan de gate, kwam daar nog eentje bij. Chloë (uit de states), die ook in ons gebouw zit, bleek op hetzelfde vliegtuig te zitten als ons met dezelfde plannen voor de komende week, dus werd zij met den ene ook een lid van onze fellowship.
Het plan was als volgt: een aantal dagen trampen (zo heet rondtrekken met een rugzak hier) in Arthur's Pass national park, een gebied in de NZ-alpen, dan zouden we zien of we elkaar en het trampen nog verder zouden overleven en zou Lisette normaal gezien gaan zwemmen met dolfijnen en zou ik nog twee dagen een rustig wandelingske doen ofzo.
Dit land is gemaakt om te trampen. Het department of conservation heeft honderden wandeltochten uitgewerkt voor alle mogelijke niveau's, van een aantal uur tot een aantal dagen. In de belangrijkste gebieden zijn visitor's centres waar je inlichtingen kan krijgen over het weer, over welke tocht het best is voor u en waar je kan achterlaten welke route je gaat doen en hoe lang het zal duren (zodat ze weten wanneer ze u moeten komen zoeken). Daarnaast staan er tot op de meest verlaten bergtoppen hutten die je kan gebruiken. Sommige zien er uit als een kiekeskot andere als een huis in de bergen en met een hutpass (of als je een schurk bent voor niets, want er wordt niks gecontroleerd) kan je daar overnachten. Zalig zalig zalig.
In ieder geval voor mijn gezelschap was het de eerste keer trampen en ik wou vooral eens weten wat de gradaties van de tochten nu eigenlijk waard waren, om in de toekomst een beetje te weten wat er mogelijk is.
Waar waren we...
Christchurch. De eerste vierkante stad die ik betreed. Een magisch moment. Als ik sommigen mag geloven is het de hemel voor mensen die geen kaart kunnen lezen, aangezien je gewoon straten moet tellen en je weer uitkomt waar je vertrokken bent, maar ik hou er niet van.
Alle goden van de Olympus, een straat is dertig kilometer lang en das wel zuur als ge aan de foute kant zit!
De oude koloniale huizen daar zijn wel te pruimen, maar het ziet er uit als een hoopje faecaliën in vergelijking met de natuur in de omgeving. Daarnaast is het gewoon een nogal saaie stad.
We kwamen daar aan om 9u 's avonds in het stadscentrum en iedereen lag al in zijn nestje. Het is nochtans een vrij grote stad (ik denk qua inwoners de grootte van Gent), maar leven na het avondmaal was duidelijk een brug te ver.
Na een dutje in de jeugdherberg was het eindelijk tijd voor avontuur. Christchurch ligt namelijk in een gigantische vlakte waar vooral schapen te zien zijn en om een stukje Midden Aarde te zien, moet ge u verplaatsen. De cowboy van dienst (je moet ze trouwens altijd op voorhand boeken wat erg vermoeiend is) vergat ons af te zetten waar we moesten zijn waardoor we in Arthur's pass village belandden midden tussen de Nieuw Zeelandse alpen. Ik was onder de indruk. Hieronder zal je een aantal foto's zien van in de bus en zult ge begrijpen wat ik bedoel.
Hier komt de Jezus met zijn maten op vakantie, dat kan niet anders.
De pret was anders snel weer verdwenen toen bleek dat er de komende dagen regen aan zat te komen. En we hadden juist het enige nationaal park uitgekozen waar ze geen bruggen installeren. Als het regent worden de rivieren zo wild als 14-jarige meisjes tijdens een optreden van Tokio Hotel, dat oversteken onmogelijk is. Pech onderweg, de plannen moesten al gewijzigd worden. Toch een gelukje dat ze ons in het visitor's centre op de 'most rewarding tramp for the lowest amount of energy' stuurden. 2dagen op een berg van maar 1500m (de Bealey Spur), slapen op de top in de hut en weer naar beneden de volgende dag.
En zo geschiedde: gelift tot aan de track. Natuurlijk dien boel vol meeners volledig uitgerust met geitenwollensokken, veel te dure wandelstokken, vreemde hoofddeksels en wat de mannen betreft in veel te korte broekjes met schreeuwerige kleuren, etc. Dat is normale flora en fauna in dit soort gebieden. Ik kan ze ook geen ongelijk geven dat ze net die plaats uitgekozen hadden, het zag er goed uit.
Hier in tegenstelling tot het noorden géén regenwoudtoestanden. Normale zomerse temperaturen en gewone bossen zonder al teveel Tarzan-gedoe, maar dit is natuurlijk Nieuw Zeeland, dus ze zagen er niet normaal uit.
Schitterende uitzichten en meer van dat moois bij het temmen van de berg.
Eindelijk aan die hut gekomen, bleek dat ding 'historisch' te zijn. Dat wil in NZ-termen zoveel zeggen als 'het staat er sinds 1925 en er heeft niemand moeite gedaan om een spinnenweb van het plafond te halen'. Heel idyllisch allemaal. Het ding was 2 op 2 meter, had een kachel, een tafel, twee banken en 6 bedden. Het leukste was dat sinds 1925 iedereen zijn naam op de muren had achtergelaten. Heel dat kot stond volgeschreven.
Toen volgde nog een beklimming van de top (altijd een vette tijd voor iemand met hoogtevrees) en weer een afdaling terug naar de hut. Nog nooit zo een landschap gezien. Overweldiggend. De foto's lijken nogal belachelijk in vergelijking met the real thing.
Vuurtje gemaakt, gegeten (inclusief geroosterd spek etc.), Een maf beest gezien, vuur gedoofd wegens omgeving te droog, in het bedje gekropen en dat was dan dag 1.
Volgende morgen bleek het kot vol muizen te zitten. één der dames had geen oog dichtgedaan. Ik wel. Juij.
Weer berg af, lift terug enzovoorts.
Interessante gebeurtenissen tijdens dag twee waren de volgende:
Nacht 2 hebben we doorgebracht in een hostel met een honesty policy. Het ding ging gebukt onder de naam 'the sanctuary', maar was op zich wel zalig. Er was geen personeel ofzo aanwezig, je moest gewoon telefoneren naar een nummer, er pakte een vent op en die gaf je de code voor de deur. Hij vertrouwde er dan op dat je het geld voor de nacht in een brievenbus zou steken die daar ergens hing. Dat lukt alleen in Nieuw Zeeland.
Zoals altijd in die hostelgevallen een aantal backpackers gesproken, altijd gezellig.
Een mens voelt zich altijd zo gewoon naast die maffe verhalen. Ze hebben altijd al overal gewoond, hebben de meest idiote jobs gedaan om weer verder te kunnen reizen enz, u zou ze hippies noemen.
De dames hadden na twee dagen meer dan genoeg van het wandelen en ik wou nog twee dagen verdergaan, maar helaas. De regen. Met bakken viel het uit de hemel voor twee dagen lang. Arthur's pass dat leeft van de trampers lag er een beetje triest bij.
Verder dag twee:
het eten van een peperoni-pizza met naast salami ook knackwurst erop en een berg vuile kaas.
Het aanschouwen van papegaaien. Wow man, papegaaien!
Dag drie:
Vergeten te betalen bij het verlaten van de Sanctuary. hehe
Nu moet ik 's mans rekeningnummer te pakken krijgen of ik geraak niet meer in de hemel binnen.
Het regende veel. Dat was niet leuk. Terug gelift naar Christchurch, volledig doorweekt. We kregen uiteindelijk een lift van Larry. Bij deze wil ik hem dan ook bedanken: danku Larry!
Larry was een gebronzeerde beer van een vent. Nu moeten jullie wel weten dat het gebruik van het woord 'bear' hier vrij gevaarlijk is. Een klein slang geheim, waarvan sommigen waarschijnlijk al op de hoogte zijn: 'Bear' is een woord voor een grote, gespierde, behaarde en leren kleren dragende homo. Zo was Larry niet.
Larry had een gezin enzo en hij reed met een pick up truck en luisterde naar Reggae. Goeie kerel, die Larry!
Toen we in de suburb waren van Christchurch waar Larry woonde, kregen we na enige tijd een lift van een bende Australische klimmers die met een buske rondreden. Het interessantste is dat ze naar de Peppers luisterden en die had ik al lang niet meer gehoord.
Tot hier, deel I.
Deel II, heeft nog een aantal spannende verhalen te bieden, maar het is even genoeg geweest voor vandaag!
Toedels lieverds!

Zeer zeer 'vetten tijd'.
BeantwoordenVerwijderenGewàldig. Echt.
BeantwoordenVerwijderen